| SNEEUWWITJE |
|---|
Lang, lang geleden in een ver koninkrijk Bergeria genaamd leefde eens een koningin. Op een dag zat zij voor het raam van het kasteel. Ze zat heerlijk naar buiten te kijken en weg te dromen. In de tussentijd zat ze haar prachtige broche op te spelden. De koningin was zo aan het dromen dat ze zichzelf in haar vinger prikte. Deze begon te bloeden en omdat de koningin vrij artistiek was legde ze een druppel van haar bloed op een wit papiertje en hield deze naast haar prachtig zwarte haren. En bedacht zich dat dit één van de mooiste kleuren combinatie was die ze ooit had gezien. Ze vond dat haar dochter die ook moest hebben, haren zo zwart als haar eigen haren, een huid zo wit als papier en lippen en wangen zo rood als bloed. Dat zou nou nog eens mooi zijn. |
Haar wens werd vervuld. Spoedig daarna kreeg de koningin een dochter die er precies zo uitzag als ze zich had voorgesteld. De koningin noemde haar Sneeuwwitje. |
Oh, wat was Sneeuwwitje toch oogverblindend mooi. Dat vond iedereen in het kasteel. Sneeuwwitje hoorde dit de hele dag van de koning, de koningin en iedereen die in het kasteel werkte of op bezoek kwam. |
´Oh, Sneeuwwitje wat ben je toch mooi.´ |
´Oh, Sneeuwwitje wat ben je toch mooi.´ |
´Oh, Sneeuwwitje wat ben je toch mooi.´ |
´Oh, Sneeuwwitje wat ben je toch mooi.´ |
´Oh, Sneeuwwitje wat ben je toch mooi.´ |
´Oh, Sneeuwwitje wat ben je toch mooi.´ |
´Oh, Sneeuwwitje wat ben je toch mooi.´ |
´Oh, Sneeuwwitje wat ben je toch mooi.´ |
Sneeuwwitje kon hier geen genoeg van krijgen en bestelde op internet een magische spiegel die, als je een knopje indrukte zei; |
‘Oh, gij die dwars door mij heen kijkt, gij bent het mooiste van het koninkrijk.’ |
En dat kon sneeuwwitje wel, ze kon er dwars doorheen kijken en zag helemaal niets van zichzelf. Sneeuwwitje raakte erg gehecht aan al de opmerkingen en liet zich steeds meer bedienen door het personeel zodat ze vaker in haar buurt waren om ‘het’ vaker tegen haar te kunnen zeggen. Om de kleinste dingen liet ze het personeel komen. Dan rinkelde ze met een prachtig belletje en zei; |
‘Ik wil een koekje.’ |
‘En nog een.’ |
‘En nog een.’ |
‘Ik wil nog een KOEKJE!’ |
‘Geef me nog een KOEKJE!’ |
‘Schiet eens op met die KOEKJES!!’ |
Op een dag stopten de koning, de koningin en iedereen die in het kasteel werkte of op bezoek kwam met het zeggen van; |
‘Oh, Sneeuwwitje wat ben j………….’ |
Want ze was niet meer de mooiste. |
De koning bedacht dat er geen enkele vrouw de capaciteiten bezat om alleen het koninkrijk te heersen en stuurde Sneeuwwitje het koninkrijk in om een geschikte prins te zoeken. Nu het nog kan, want ze is immers niet meer de mooiste. |
Maar voordat Sneeuwwitje vertrok wilde ze nog één keer haar spiegel gebruiken, want ze had al zo lang niet meer gehoord dat ze; 'oh, zo mooi was.' Deze antwoordde als gewoonlijk; |
‘Oh, gij die dwars door mij heen kijkt, gij bent het mooiste van het koninkrijk.’ |
Ze kon zichzelf zien, wow, nog nooit had ze zo een mooi mens gezien, die lippen, die wangen, die haren en die oh zo witte huid, ronduit schitterend. Ze was zo verblind door haar schoonheid, dat het even duurde voordat ze doorhad dat ze niet meer door de spiegel heen kon kijken. Toen begreep ze meteen dat ze niet meer de mooiste van het koninkrijk was en begon te huilen, heel hard te huilen. Wat was Sneeuwwitje verdrietig. Maar toen bedacht ze zich dat ze nog steeds oogverblindend mooi was, alleen niet meer de allermooiste. Maar dan maakte ze nog wel kans op een iets minder mooie prins dan de mooiste. En die zou nog steeds oogverblindend mooi zijn als haar en samen zouden ze dan toch nog oogverblindende kinderen krijgen. Deze gedachte stelde haar gerust en ze trok meteen het koninkrijk in. |
Sneeuwwitje kwam aan in het dorpje Bergen. De mannen waren er druk bezig, heel druk bezig. Ze hadden geen tijd voor Sneeuwwitje, ze keken niet eens op of om van haar en haar oogverblindende schoonheid. Toen ontdekte ze de vrouwen van het dorp, wat waren zij mooi en ze besefte dat ze helemaal niet de mooiste was vergeleken met deze prachtige vrouwen. Ze bedacht de vrouwen het geheim van hun schoonheid te vragen en deze zeiden; |
‘Maar mijn kind, wat ben jij lelijk.’ |
En vertelden haar over plastische chirurgie. Dit vond Sneeuwwitje een oneerlijke strijd, zij was tenminste puur natuur. Maar de Bergenaressen, waren toch wel veel en veel mooier dan zij. Wat hadden deze vrouwen Sneeuwwitje jaloers gemaakt. Zij moest de mooiste zijn. Zij de prinses van Bergeria moest de meest begeerde vrouw van het koninkrijk zijn. En Sneeuwwitje begon te schreeuwen en te gillen; |
‘IK BEN DE MOOISTE, ALLEEN IK. HOREN JULLIE ME? ALLEEN IK!!! IK, IK, IK, IK, IK, IK, IK BEN DE MOOISTE, WANT IK BEN PUUR NATUUR.’ |
‘Waarom kijken jullie niet van mijn natuurlijke schoonheid op? HET IS NIET EERLIJK, NIET EERLIJK.’ |
‘IK BEN DE MOOISTE!!’ |
Waarop de Bergenaren antwoordden; |
‘Dat ben je niet.’ |
‘Want de biologische periode is voorbij en alles moet nu plastisch zijn en dat ben jij niet.’ |
Dus zagen ze de noodzaak deze onbelangrijke en absoluut respectloze vrouw te verbannen naar het bos. |
Sneeuwwitje liep woedend door het bos, toen ze plots een huisje zag. Hier heeft ze alles overhoop gegooid en is daarna gaan slapen. Toen ze wakker werd was ze nog steeds boos en schrok ze van de 7 lelijkste dwergen die ze ooit had gezien. Wat een gedrochten dacht ze. Deze 7 dwergen waren op hun beurt ook heel boos, ze had immers hun hele huisje overhoop gegooid. Maar ze waren zo onder de indruk van haar schoonheid, dat ze al niet meer boos konden zijn op haar. En ze mocht blijven zo lang als ze wilde, mits ze alles op zou ruimen. En de 7 dwergen gingen weer verder met werken in Bergen. Toen ze ’s avonds terug kwamen was er helemaal niets gebeurd en zat Sneeuwwitje nog steeds te mokken. Nu werden de 7 dwergen echt boos. |
Ze gingen weer terug naar Bergen om het de Bergenaren te vertellen. Deze waren uiteraard niet verbaasd en bedachten samen met de 7 dwergen een gemeen plannetje. |
‘We laten het de 11 Hooligans opknappen, voor een paar voetbal kaartjes.’; |
zeiden ze. En ze stuurden de 11 Hooligans het bos in naar het huisje van de 7 dwergen. Hier klopten ze aan. En Sneeuwwitje dacht; daar zul je die klagende vervelende gedrochten van die 7 dwergen weer hebben, maar deed toch maar de deur open. De 11 Hooligans omsingelden haar en begonnen te vertellen hoe mooi ze wel niet was. |
‘Oh, sneeuwwitje wat ben je toch mooi.’ |
‘Jij bent zo beeldschoon, zo iemand hebben we nog nooit gezien. Maar je kan er nog mooier uitzien met deze prachtige linten, ze kleuren ook zo mooi bij je jurk.’ |
‘Ach Sneeuwwitje, ze zouden je onuitstaanbaar mooi maken.’ |
Sneeuwwitje klaarde meteen op, want dit klonk als muziek in haar oren. En ze stemde ermee in dat ze inderdaad onuitstaanbaar mooi was en dat de linten haar wellicht een nieuwe frisse look gaven. En zei; |
‘Graag zou ik deze linten in mijn jurk rijgen, maar kunnen jullie mooie mannen mij daarmee helpen?’ |
En ze liet een schouderbandje vallen en keek verleidelijk in de ogen van de 11 Hooligans. Dit deed de harten van de 11 Hooligans sneller slaan. Ze wilden haar maar al te graag helpen. Dat deden ze dan ook, maar bedachten dat de voetbal kaartjes toch belangrijker waren dan de beeldschone Sneeuwwitje. En regen haar jurk veel te strak aan met de prachtige linten. Sneeuwwitje kreeg geen lucht meer en viel bewusteloos neer. |
De 11 Hooligans trokken luidruchtig terug naar het dorp. Daar aangekomen schepten ze op over hoe ze haar te grazen hadden genomen. Nu konden de 7 dwergen met een gerust hard naar huis. En dit deden ze dan ook fluitend en huppelend. |
Eenmaal in het huisje aangekomen zagen ze de bewusteloze Sneeuwwitje liggen.Ze lag er zo lief en mooi bij dat ze medelijden kregen met haar en bedachten dat het niet netjes van ze was om zoiets gemeens te bedenken. Ze maakten de linten los en Sneeuwwitje ontwaakte. De 7 dwergen waren opgelucht, maar dit duurde niet lang, want sneeuwwitje was geen spat veranderd. Ze was de 7 dwergen absoluut niet dankbaar. Ze snapte maar niet waarom de 7 dwergen haar wakker hadden gemaakt, want ze had net een heerlijke droom. |
Dit deed de 7 dwergen verdriet en gingen met gebogen hoofden terug naar Bergen, om de nieuwe stand van zaken te bespreken en hun excuses hiervoor aan te bieden. Er werd een nieuw plan bedacht. De 11 Hooligans kregen nog meer kaartjes en werden weer het bos ingestuurd. Dit keer moesten ze Sneeuwwitje een kam aansmeren met gif erin. |
Sneeuwwitje was dolgelukkig toen ze de 11 mooie zeer mannelijke Hooligans zag terugkeren en ging meteen verder met haar verleidingsdans. De 11 Hooligans wilden haar dolgraag aanraken. En dit keer was het beduidend moeilijker om een keuze te maken tussen de voetbal kaartjes en de beeldschone Sneeuwwitje in hun armen. Maar nog steeds waren de voetbal kaartjes belangrijker, dus kamden ze de haren van Sneeuwwitje tot ze erbij neerviel. |
Terug in het dorp vertelden ze enigszins teleurgesteld dat de klus was geklaard en de kust weer veilig was. |
De 7 dwergen huppelden zingend en springend terug naar huis, want nu was het toch nog gelukt. Maar ja, Sneeuwwitje lag er weer zo beeldschoon en liefdevol bij. De 7 dwergen konden het niet laten om de kam te verwijderen en het gif uit haar haren te wassen. Sneeuwwitje werd dromend over een hoofdmassage door de 11 Hooligans wakker. Maar ze schrok, want in plaats van de fantastisch mooie 11 Hooligans zijn het die verdomde aller lelijkste gedrochten van een 7 dwergen weer. ‘Pfff, kan het nog erger’; dacht ze, rolde geërgerd met haar ogen en riep; |
‘Gatver blijf van me af! Voordat ik straks nog met dat lelijke virus van jullie besmet wordt.’ |
De 7 dwergen lieten haar pardoes op de grond vallen, ze waren verontwaardigt. |
‘Nu flikt je het ons weer.’; |
zeiden ze en renden terug naar Bergen. |
Dit was de laatste keer dat de Bergenaren hen wilden helpen. De laatste twee keren waren toch echt hun eigen schuld geweest, maar ze wisten dat de 7 dwergen wat hardleers waren en het werd hun vergeven. Hier stemden de 7 dwergen mee in, want ze beseften dat het toch een beetje dom van hen was geweest en beloofden dat ze Sneeuwwitje niet meer tot leven zouden wekken. Dit keer was het zeker dat Sneeuwwitje dood moest. Dus namen de Bergenaren het zekere voor het onzekere en vroegen de gemene heks om hen te helpen. De gemene heks heeft toen een giftige appelboom vlak bij het huisje van de 7 dwergen laten groeien. |
In de tussentijd hadden de 11 Hooligans spijt gekregen van hun daden en zijn terug gekeerd naar het huisje van de 7 dwergen om Sneeuwwitje te redden. |
Hier aangekomen zagen ze Sneeuwwitje in levende lijve rondlopen, wat was ze toch mooi. Even waren de 11 Hooligans verzonken in hun prachtige dagdromen, maar bedachten ineens dat ze wel iets mee moesten nemen om aan deze beeldschone vrouw te geven. Plots zagen ze de schitterende appelboom. En ze zeiden; |
‘Dit is perfect, deze appels zijn zo mooi rood en verleidelijk als de lippen van Sneeuwwitje zelf, hier zal ze vast hel blij van worden’. |
De 11 Hooligans plukten allemaal een appel, liepen op Sneeuwwitje af en verrasten haar met 11 heerlijke appels. Sneeuwwitje dacht; ‘wat een ballen hebben die mannen toch, dat ze zo romantisch met de aller heerlijkste appels hierheen komen.’ En hapten speels en uitdagend een hap uit elke appel. Na de 11e hap viel Sneeuwwitje neer. De 11 Hooligans lachten, want ze dachten dat Sneeuwwitje een grapje maakte, maar ze bleef nu toch wel erg lang liggen. Ze begonnen zich zorgen te maken en zeiden; |
‘Sneeuwwitje, sta op.’ |
‘Sneeuwwitje, nu is het niet meer grappig. Neem ons alsjeblieft niet in de maling.’ |
Maar er gebeurde niets. Nu begonnen ze Sneeuwwitje te schudden en duwen, maar het haalde niet uit, Sneeuwwitje was echt dood. Wat moesten ze nu doen? Ze wilden altijd haar schoonheid blijven bewonderen, ook nu ze dood was. |
‘Als we nu een glazen kist maken, dan kunnen we altijd naar haar kijken als we dat willen.’; |
zei één van de 11 Hooligans. |
Hier waren de andere tien het wel mee eens. Zo gezegd zo gedaan, zijn ze meteen een glazen kist gaan maken. Maar ze moest ook op een mooie plek liggen. ‘Onder de mooie appelboom.’; bedachten ze en legden de kist eronder. |
‘Ja, perfect.’ |
‘Laten we nu naar het dorp gaan en het verhaal vertellen.’; |
zeiden ze. |
Ze vertelden het hele verhaal. De Bergenaren en de 7 dwergen begonnen te grijnzen. |
‘Het is ons gelukt. We zijn eindelijk van die gemene Sneeuwwitje af.’; |
riepen ze met zijn allen. En de dorpelingen vertelden hun kant van het verhaal. De 11 Hooligans werden verdrietig, heel verdrietig. Nu zijn zij alsnog degene geweest die hun beeldschone Sneeuwwitje vermoord hebben. Hoe konden ze dit nu ongedaan maken? De gemene heks vertelde dat alleen een prins met echte wijsheid en liefde de beeldschone Sneeuwwitje kon doen ontwaken door een kus. Wat jammer nou dat de 11 Hooligans geen van allen prins waren. Waar konden ze nu toch zo’n prins vinden? |
‘Bij de afhaalservice van ‘De Oude Prins’ natuurlijk!’; |
riepen ze in koor. Daar waren genoeg prinsen, en ze waren oud dus ook wijs en vast ook liefdevol. Bij ‘De Oude Prins’, vroegen ze aan alle prinsen of zij Sneeuwwitje wilden proberen te laten ontwaken door haar te kussen. Maar dat wilde de prinsen geen van allen. |
‘We kunnen wel wat beters krijgen dan haar. Zo gemeen dat ze is. En hebben jullie wel eens goed naar haar gekeken? Ze is zo lelijk als de nacht.’ |
De 11 Hooligans waren het hier totaal niet mee eens en zeiden; |
‘Hier zijn we het totaal niet mee eens.’ |
En er ontstond een discussie; |
‘Ze is wel mooi.’ |
‘Ze is niet mooi.’ |
‘Ze is wel mooi.’ |
‘Ze is niet mooi.’ |
‘Ze is wel mooi.’ |
‘Ze is niet mooi.’ |
‘Ze is wel mooi.’ |
‘Ze is niet mooi.’ |
‘Ze is wel mooi.’ |
‘Ze is niet mooi.’ |
Na een tijdje dachten de 11 Hooligans; ‘het heeft geen nut meer.’ Want mooi hangt van smaak af en is voor iedereen anders. En verlieten vervolgens de afhaalservice van ‘De Oude Prins’, om zelf te proberen de oogverblindend schitterende Sneeuwwitje wakker te kussen. |
Bij Sneeuwwitje en de appelboom aangekomen, deden ze de kist open en telden tot drie zodat ze Sneeuwwitje allemaal tegelijk kusten. Sneeuwwitje schrok wakker en spuugde pardoes alle 11 de appelstukjes uit. Wat was dit fijn zeg precies zoals ze het gedroomd had, om door de 11 prachtige Hooligans aanbeden en gekust te worden. Was het toch nog goed gekomen. ‘Ach zo zie je maar weer,’ dacht ze; ‘drie maal blijft toch echt scheepsrecht’. En ze wilde meteen met deze 11 echte mannen trouwen en vroeg hen allen tegelijk ten huwelijk. Waarop zij gelijkmondig zeiden; |
‘JA!’ |
Ze trouwden samen in een prachtige ruïne. Waar alle Bergenaren en de 7 dwergen naartoe renden, toen ze van deze plechtigheid hoorden, want dit was toch wel een wonder. Daar kwamen ze erachter dat Sneeuwwitje helemaal niet zo gemeen was als iedereen dacht. Ze was gewoon niet gewend dat je niet altijd voor iedereen de mooiste kan zijn. En voor dit wederzijds verkregen begrip en respect leefden Sneeuwwitje, de 11 Hooligans (die nu ze met Sneeuwwitje getrouwd waren, toch nog echte prinsen werden) en natuurlijk de Bergenaren en de 7 dwergen nog lang, rijk, vredig en gelukkig. In het nog altijd zo geweldige Bergen. |
EINDE |
|